Wat mij bezighoudt…

11.jpg

De homo economicus?

We weten dat het een fictie is, die van de homo economicus. Dat leerden we al op de middelbare school. De persoon die, geconfronteerd met schaarste, altijd volkomen rationeel zijn keuzes maakt en daarbij steeds zijn maximale nut nastreeft, bestaat nergens, behalve in de economische theorie. Daar sluit hij ij naadloos op die andere fictie: de volkomen concurrentie.

In de tijd waarin hij bedacht werd, was die homo economicus zo gek nog niet: de bakker kent zijn klanten en weet dat er op maandag minder vraag is en op zaterdag meer. Hij schat zijn risico in: hetzij om brood over te houden, hetzij om ‘nee’ te moeten verkopen. Omgekeerd kennen zijn klanten hem en zijn concurrenten. Zij weten wie het beste brood heeft, waar de grootste kans op ‘nee’ is en wie wellicht aan het einde van de dag zijn overtollige brood voor half geld van de hand doet.
Inmiddels is het beeld van de bakker op geen enkele manier meer representatief. Hij zit met een simpel product aan het einde van een korte overzichtelijke keten. De meeste producten die wij gebruiken zijn, echter het resultaat van lange ketens met onoverzichtelijke concurrentieverhoudingen. Zo ken ik bij voorbeeld niemand die nutsmaximerend een ‘bestek’ maakt van een plateau waarop je aantekeningen kunt maken, de krant leest, spelletjes doet, de post afhandelt en vervolgens op zoek gaat naar een product dat aan die eisen voldoet. Ik ken wel veel mensen die heel graag de nieuwste iPad willen aanschaffen, voordat ze weten wat ze er eigenlijk mee willen. Wat nou volkomen concurrentie? Wat nou nutsmaximalisatie en wat nou rationaliteit? Er zijn overigens veel meer sectoren dan de ICT waar die homo economicus toch een beetje verwonderd naar staat te kijken: gezondheidszorg, onderwijs, wonen, banken, verzekeren en het openbaar bestuur.
Wat ik zelf het meest opvallend aan de homo economicus vind, is niet de fictie van de rationaliteit, noch zijn gerichtheid op het maximale nut. De vraag die ik me steeds stel, is: waarom is hij altijd in zijn eentje?

De verbindende mens
Wie in schaarste ‘nut’ wil ervaren, wil iets hebben dat een ander heeft. Alleen in de uitruil tussen twee personen ontstaat waarde. Tegenover de homo economicus, plaats ik de ‘verbindende mens’. Eerder dan uit te gaan van een alwetende, nuts-maximerende fictieve robot, ga ik uit van mensen die in vrijheid de bevrediging van hun behoeften zoeken in transacties, en vooral in verbindingen waarin repeterende transacties bestaan.
Dit klinkt misschien een beetje vroom, maar dat is het niet. Aan transacties en verbindingen kan de eis gesteld worden dat ze waardevol zijn voor beide partijen. Als in een enkelvoudige transactie de één wint en de ander niet, dan is dat niet erg, maar zal er niet gemakkelijk een verbinding ontstaan. Als de één wint en de ander verliest, is er feitelijk sprake van diefstal. En als in een set van repeterende transacties, de één verliest en de ander wint, is wel sprake van een verbinding, maar niet van en waardevolle verbinding: in het strafrecht heet zoiets afpersing. Alleen als beide partijen een positieve waarde ervaren, is er sprake van een waardevolle verbinding die een grote kans heeft in stand te blijven.
Wat mij bezighoudt, is dit: op welke manier kan de verbindende mens waarde creëren? Wat zijn de voorwaarden voor het tot stand brengen en onderhouden van waardevolle verbindingen? Hoe kunnen competenties hiervoor worden ontwikkeld? En wie en wat staan de ontwikkeling van waardevolle verbindingen in de weg? Dat is mijn specifieke visie. Van daaruit formuleer ik de opvattingen, die ik graag wil delen. U vindt deze onder meer onder de knop ‘columns’ en onder de knop ‘publicaties’.

laat een bericht achter