Troonrede of IKEA-gids

 

De Koning spreekt in de Ridderzaal de Troonrede uit. Naast hem zit de Koningin.

Beste leden van de Tweede Kamer,

Prinsjesdag. Het is weer zo ver. Terwijl de Koning de immer saaie Troonrede voorleest,  hebt u op die ongemakkelijke  Ridderzaal-stoelen misschien nog wat tijd voor reflectie.  U bent tenslotte de Kamer ingegaan om uw idealen te verwezenlijken.  Maar lukt dat nou een beetje?   Uw voorgangers wilden een HSL naar Parijs, u kreeg de Fyra. U wilde minder fraude met PGB’s, maar  kreeg een uitvoeringsdrama. Het lijkt  of  uw plannen  altijd veel duurder uitvallen dan u dacht en zelden opleveren wat u verwachtte.  Tegelijk worden uw kiezers dagelijks ongeduldiger. Ze klagen over bezuinigingen in de zorg, over te weinig aandacht voor hun kinderen in de klas en over een politieapparaat dat – alle ferme uitspraken over verbetering ten spijt – maar iets meer dan een kwart van de misdaden kan oplossen. Dat terwijl er op school, bij de apotheek, of in het verpleeghuis van hun moeder, altijd wel voldoende geld en tijd blijkt te zijn voor allerlei formulieren, protocollen en andere bureaucratie. En dat vinden ze niet leuk.

Waarom krijgt u hier nu eigenlijk geen greep op? Waarschijnlijk doordat de oude regels voor hoe we in onze samenleving de zaken op elkaar afstemmen niet meer werken.  Diep van binnen geloven we allemaal nog in hiërarchie: bazen bepalen,  ondergeschikten doen.  Neem uzelf. Volgens de Grondwet bent u lid van het hoogste orgaan in onze staat. U maakt de wet en een  Minister voert deze  uit. Zo niet, dan stuurt u hem naar huis.  In de praktijk van elke dag werkt die hiërarchie echter vaker niet dan wel. Vroeger was de macht van de baas gebaseerd op een monopolie op schaarse informatie.  Maar door de volledige ‘ver-internettificering’ van onze samenleving  is informatie allesbehalve schaars en weten medewerkers meestal meer dan hun bazen. Top-down aansturing heeft afgedaan en is vervangen door horizontale afstemming van ‘iedereen met iedereen’.

Dat heeft twee belangrijke gevolgen. In de eerste plaats zijn verantwoordelijkheden onduidelijk. Haal de  verslagen van de Privatiserings-, de ICT- en de Fyra-enquête erbij en u  ziet het: in de permanente afstemming van ‘iedereen met iedereen’ lopen procedures door elkaar en zijn verantwoordelijkheden onhelder.  Iedereen is  verantwoordelijk en niemand aanspreekbaar.   In de tweede plaats brengt deze  onderlinge afstemming  hoge kosten met zich mee. Economen schatten dat  50% tot 60% van onze economie  betrekking heeft op deze afstemmingskosten.  In de officiële modellen van het CPB en het CBS bestaan deze kosten niet. Dus let niemand erop en dan mag je verwachten dat ze de pan uitrijzen.  Zo worden in de bouw planningen en budgetten bijna altijd overschreden. Officieel zijn ‘faalkosten’ van 10% gewoon, maar  overschrijdingen van 25% zijn gebruikelijker.  Of denk aan ziekmelding van werknemers.  Dit leidt nagenoeg altijd tot kostbare ‘heen-en-weer’-communicatie over tijdstip van eerste ziekmelding, deelfactor en dergelijke  tussen werkgevers, de ‘Arbo’ en  verzekeraar. Elke dag staan er in de krant wel weer nieuwe voorbeelden van processen die enorme afstemmingskosten met zich meebrengen. Bij de Stichting Transactieland.nl , die juist voor dit soort zaken aandacht vraagt,  komen signalen binnen die leiden tot de conclusie dat circa de helft van de afstemmingskosten – dus zo’n kwart van het bruto binnenlands product – verspild wordt.

Die verspilling doet zich niet alleen voor bij de overheid.  Maar dat is maar een schrale troost, want de verhoudingen tussen overheid en bedrijfsleven zijn zo diffuus dat niemand nog veel verschil ziet tussen de belastingdienst, banken,  (zorg-) verzekeraars, ziekenhuizen en scholengemeenschappen.   Al die ‘instanties’  hebben gemeen dat ze uw kiezers hoorndol maken met onbegrijpelijke eisen en ondoorgrondelijke procedures . Ze zien ze een overmaat aan formulieren, gebrekkige prestaties door onderbetaald personeel op de werkvloer en een ongrijpbare kaste van duurbetaalde managers daarboven. Ze vertrouwen het allemaal niet meer en dus vertrouwen ze u niet meer. Dit is uiteindelijk de dood in de pot voor onze democratie.

Het construeren van vertrouwen in de toekomst is daarom urgent. Er is een goed voorbeeld. Toen we 150 jaar geleden begonnen met toepassing van elektriciteit was dat reuze gevaarlijk. Kortsluiting, brand en elektrocutie waren aan de orde van de dag. Nu stoppen we zonder enige zorg een stekker in het stopcontact. We temmen de – nog steeds even gevaarlijke – elektriciteit met een heel stelsel van  op gedegen kennis gebaseerde apparatuur. Die kennis is vastgelegd in standaarden.

U bent aan zet. Om het vertrouwen te herstellen, moeten we  naar een nieuwe eenvoud die de bestaande complexiteit overwint. U moet zorgen dat de procedures van ‘instanties’ naar uw kiezers weer begrijpelijker en voorspelbaarder worden.  Zoals we ooit de elektriciteit getemd hebben, zo kunnen we ook de uit de hand gelopen complexiteit van de samenleving temmen en wel door in te zetten op nieuwe maatschappelijke standaarden.  Kijk naar IKEA. Daar zijn de kasten, bedden, boekenplanken en banken onderling heel verschillend, maar ze zijn opgebouwd vanuit dezelfde plankjes, bouten, koppelstukken en scharnieren. Op dezelfde wijze kunnen we kijken naar de maatschappelijke afstemmingsprocessen.  Natuurlijk zijn ze allemaal verschillend van doel, aard en opbouw. Maar vaak gaat het om dezelfde stappen.

Ik denk dat het de moeite waard is om een catalogus te maken met gestandaardiseerde organisatorische en informatische ‘koppelstukjes’ . Als u ons allemaal verplicht voortaan vanuit zo’n soort ‘IKEA-gids’  onze processen en procedures  te regelen, dan wordt de afstemming van ‘iedereen met iedereen’ een stuk makkelijker,  worden de ‘instanties’ een stuk begrijpelijker, wordt Nederland een stuk productiever en krijgen kiezers weer meer vertrouwen in elkaar, in de instanties en uiteindelijk ook  in u. Misschien is de IKEA-gids voor u nuttiger lectuur dan de troonrede…

laat een bericht achter