Over businesscase en pindakaas: ‘Zo ik iets ben….’

pindakaas

Het kwam terloops langs in ‘De Fractie’, Femke Halsema’s tv-serie en zedenschets over het dagelijkse politieke bedrijf: ‘als we dat gas voorlopig niet kunnen missen, waarom kopen we die Groningers dan niet gewoon uit?’ ‘Goed idee,  dan zijn we af van dat gezeur van die onverstaanbare boeren’, was het commentaar in mijn randstedelijke omgeving.

Fascinerend dat zo’n idee opkomt. De Groningse Ommelanden hoorden vanaf het begin bij de Unie van Utrecht in 1579, het begin van de Staat der Nederlanden. Die Unie was een waarden-gemeenschap. De ondertekenaren geloofden in (een zekere mate van) geloofsvrijheid, ze dopten hun eigen bestuursboontjes en kwamen overeen elkaar te hulp te komen bij aanvallen van buiten. Sindsdien heeft de staat allerlei vormen gehad, waren er staatsgrepen, buitenlandse invallen en permanente politieke conflicten, Maar de waardengemeenschap hield stand en bouwde zich uit. Een redelijk bestuur, fatsoenlijke rechtspraak, gegarandeerde grondrechten en niet al te onredelijke wetgeving en belastingheffing vormden de ingrediënten.

geen waarde zonder waarden

Wanneer het precies verkeerd ging, weet ik niet,  maar in de afgelopen twintig jaar is het idee van samenleving als een waarden-gemeenschap omgetoverd in dat van een waarde-gemeenschap. Belangrijk is wat iets ‘oplevert’. Overheidsbestuur is verworden tot een voortzetting van micro-economie met andere middelen: de ‘businesscase’ bepaalt.  Aldus horen we onze premier onbekommerd roepen dat hij “niets heeft met Europa”, tenzij we er iets aan kunnen verdienen.  Maar waar in het politieke debat de businesscase dominant is, begint de uitsluiting. Dat Melina en Alexandros in Griekenland geen geld meer hebben voor de dokter is hun eigen schuld: dan hadden die Grieken maar niet zo veel moeten lenen. Terugbetalen, of vertrekken aan hun de keus, zo klinkt het in de Tweede Kamer.  Evenveel compassie hebben we voor Beatriz en Nicolau uit Portugal, en Dervillia en Shandon uit Ierland en daarna misschien ook nog voor Italianen en Fransen. De Engelsen, die het businesscase-denken bedacht hebben, gaan uit zich zelf al. Tot er niemand meer over is, de handel is ingezakt en de welvaart verdwenen.

Wie alleen kijkt naar wat maximale waarde oplevert, miskent dat waarde alleen maar ontstaat in verbinding tussen mensen. Als resultaat van transacties dus. Dit veronderstelt dat koper en verkoper ‘waarden’ met elkaar delen,  al was het maar over de spelregels van de deal. Geen waarde zonder waarden.  Denk over de samenleving vanuit het ‘waarde’-perspectief en de samenleving zelf verdwijnt uit beeld. Op zijn best kom je uit bij de homo economicus, die alles weet, alleen zijn eigen maximale nut najaagt,  dus doodeenzaam is en… uiteindelijk straatarm.

waardengemeenschap of pindakaas

De Ommelanders en de Zeeuwen van de 16e eeuw hadden waarschijnlijk minder met elkaar dan de 21e eeuwse Grieken,  Zweden,  Spanjaarden, Duitsers, Litouwers, Portugezen en Nederlanders. Niettemin begrepen ze de waarde van een waardengemeenschap. Dat gold ook voor de grote Europeanen als Schumann, Monnet en Kohnstam. ‘Nooit meer oorlog’ was het devies. Ze begonnen met afspraken over handel in kolen en staal. Van daaruit ontwikkelde zich het uitgebreide stelsel van in afspraken en standaarden vervatte waarden. Deze waardengemeenschap is geen luxe, laat staan overbodige bureaucratie. Het is de essentie van de EU en daarmee de basis van vrede, vrijheid en welvaart.

“There is no such thing as society”, lispelt Mark Rutte zijn idool Thatcher na, terwijl hij op zijn koude zolderkamertje in diepe eenzaamheid aan de laatste pot begint, die hij nog aan zijn baantje als personeelschef bij de pindakaasfabriek had overgehouden. Een nachtmerrie gelukkig, want intussen is de Europese waardengemeenschap zo hecht dat wie daar, zoals onze premier,  de businesscase tot hoogste wijsheid maakt,  zich zelf tot folklore reduceert. Rutte is een flexibel man. Na Rutte-1 kwam Rutte-2. Hij kan zowel rechts- als links af. Charmant en communicatief is zijn eigen businesscase altijd positief. Er is dan ook niks tegen Rutte-3: van waarde-gemeenschap naar waardengemeenschap is een wereld van verschil, maar voor Mark Rutte niet veel meer dan het invoegen van de letter “n”.

‘Zo ik iets ben….’

En wat de Groningers betreft.  In de serie werd het idee even snel afgeserveerd als het opkwam: ‘hoeveel mensen wonen daar? 20.000 maal twee ton, is 4 miljard alleen al om ze uit te kopen. Plus de kosten van herhuisvesting…., kunnen we niet betalen’.  Tuurlijk…., fictie, humor. Maar ook een loepzuivere businesscase-redenering. Dat Groningse Trijnko en Trien  grote scheuren in huis hebben, is hun probleem. Dan moeten ze daar maar niet wonen. Veertig jaar in de randstad poetsen mijn ‘roots’ niet weg.  Daarom deed het toch pijn, want ‘zo ik iets ben, ben ik een Groninger’.

laat een bericht achter